Ook als je niet veel buiten de deur komt zie je van alles. Zo weet ik inmiddels dat er iets meer dan 250 stroken luxaflex voor onze kamerramen hangen. Dat onze planten dankzij de soms schijnende zon toch nog een half baksteentje per week groeien. Maar ik zie ook dat onze straat niet erg schoon is.
Momenteel zwerft er een kolonie mieren over. Ze komen met korreltjes zand naar boven in hun ijver om een ondergronds gangenstelsel aan te leggen. Aan de overkant van de weg zit onze lease-kat. Hij weet dat ik thuis ben, maar dat de kans klein is dat hij naar binnen mag. Terwijl hij lichtelijk verveeld het hek van de overburen als krabpaal gebruikt, valt mij iets anders op.
Er ligt iemand op de loer achter een schuifpui. Het oogt ietwat merkwaardig om iemand met een bezem in de hand op een stoel te zien zitten. Achter dubbel geisoleerd glas rustig afwachten op de dingen die komen gaan. Maar wat moet er dan in hemelsnaam gebeuren dat twee spiedende ogen kennelijk alle tijd hebben om te doen wat ze doen?
Ik besluit deze zonderling een poosje in de gaten te houden. Vanachter mijn eigen dubbele beglazing. Zien doen ze me toch niet. De 250 stroken luxaflex staan in de gluur naar buiten-stand. Na een half uur heb ik er genoeg van. Er gebeurt helemaal niets.
De volgende dag zie ik het zelfde tafereel opnieuw. Weer zit er iemand met een bezem in de aanslag. En ook nu is er geen enkele aanleiding om te denken dat er iets opmerkelijks staat te gebeuren. Nu ben ik niet de eerste die het opgeeft. Na een poosje is er niks meer te zien.
Aan het einde van de week weet ik dat onze nieuwe plantenbak voor het huis het dit jaar goed zal doen. De groei zit er lekker in. De mieren hebben een probleem. Een fikse regenbui heeft hun werk teniet gedaan. En ja, mijn gluurder is ook weer terug. Zal het mysterie nu ontrafeld worden?
Het duurt welgeteld tien minuten als er beweging in de schuifpui komt. Heel voorzichtig glijdt de deur open. Er komt een iel vrouwtje naar buiten. De bezem die ze vasthoudt is langer dan haar. Hoe klein ze ook is, één zwaaiende beweging met de bezem is kennelijk voldoende om iemand de stuipen op het lijf te jagen. Een reiger om precies te zijn. De vogel had het voorzien op de koi’s in de vijver van onze Chinese overburen.
De bezem heeft zijn doel niet gemist. De vogel stijgt ietwat stuntelig op, gaat op het dak van het huis zitten en schudt een paar keer met zijn kop. Hij kijkt nog een keer naar beneden. Het vrouwtje staat iets onverstaanbaars naar boven te roepen. Dan vliegt de gevleugelde rover weg. Of hij ooit nog een poging zal wagen? Weinig kans. Met dat soort vrouwen wil je geen ruzie.
Opeens bedenk ik me dat het tijd wordt om een net over onze eigen vijver te gooien. Ik kan me momenteel niet zo snel voortbewegen. Tegen de tijd dat ik met een bezem kan gooien heeft elke rover mijn zorgvuldig aangelegd stukje natuur waarschijnlijk al lang en breed van zijn levende have ontdaan. Een net dus, omdat ik namelijk niet van plan om constant achter mijn luxaflex te gaan liggen loeren.